Normen en wetten
Om de wet en regelgeving op het gebied van veiligheidssignalering en ontruimingsplattegronden te verduidelijken
geven wij bij deze de volgende opmerkingen en tekstalinea's:
In verband met het gebruik van Veiligheidsinstructies/plattegronden
ARBO besluit Artikel 2.20:
Ten behoeve van de werknemers zijn voldoende biljetten opgehangen waarop op eenvoudige
wijze is aangegeven wat te doen indien zich een ongeval of brand voordoet
ARBO Informatieblad nr.10 onderdeel 3.3 instructies werknemers:
In het gebouw moeten op verschillende plaatsen
noodinstructies hangen voor werknemers en bezoekers. Op de biljetten of kaarten moet duidelijk en beknopt staan aangegeven
wat men moet doen bij een incident. Bij voorkeur moeten deze instructies vergezeld gaan van plattegronden. Op de plattegrond
staan in ieder geval de vluchtwegen, nooduitgangen, verzamelplaatsen en blusmiddelen vermeld
In verband met het gebruik van fotoluminescente signalering, de projectie hiervan en de gebruikte formaten:
NEN-EN 1838/1999: toegepaste verlichtingstechniek noodverlichting:
Er verschijnen technieken op de markt die,
wanneer ze worden toegepast in vluchtroutes als aanvulling op de conventionele noodverlichting, hiervan de effectiviteit
kunnen verhogen Veel angst en verwarring kan worden verminderd door strategisch geplaatste signaleringen die de uitweg
uit een locatie aangeven. Het is erg belangrijk dat uitgangen duidelijk zijn gemarkeerd en altijd zichtbaar zijn wanneer
de locatie in gebruik is
In verband met het gebruik van borden, vluchtwegpictogrammen en de combinatie met noodverlichting:
NEN-6088/2002: brandveiligheid van gebouwen vluchtwegaanduiding:
Bij de vorige wijziging in 1997 is het bord
dat een normale uitgang weergeeft, vervallen. Gezien de praktische toepassing en de herkenbaarheid van dit bord, is
besloten dit bord opnieuw op te nemen in deze norm Binnen één gebouw mogen de systematiek van NEN6088 en
die van andere volgens NEN-ISO 9186 beproefde vluchtwegaanduidingen niet door elkaar worden gebruikt, noch in op zichzelf
staande vluchtwegaanduidingen, noch in combinatie met noodverlichting
In verband met het gebruik van gecombineerde borden:
NEN3011/2004: veiligheidskleuren en -tekens in werkplaatsen en openbare ruimte
In combinatie met deze veiligheidsbordenmogen aanvullende tekstborden worden gebruikt om het begrip te vergroten. In deze norm zijn originele
veiligheidstekens opgenomen waarvan de schaal kan worden aangepast voor reproductie- en toepassingsdoeleinden
In verband met het gebruik van borden, fotoluminescente materialen en de projectie van de borden:
ARBO regeling hoofdstuk 8 veiligheids- en gezondheidssignalering:
Artikel 8.6 Noodinstallatie
Signaleringen die een energiebron behoeven, zijn voorzien van een noodinstallatie
voor het geval dat deze energiebron uitvalt (toelichting: fotoluminescent materiaal wordt via aanlichting opgeladen,
bij lichtuitval functioneert het materiaal zelf als noodinstallatie)
Artikel 8.9 Eisen voor veiligheidsborden
De borden bezitten dusdanige afmetingen en kleur- en lichttechnische
eigenschappen dat zij goed zichtbaar en gemakkelijk te begrijpen zijn.
Artikel 8.10 Soorten borden Reddingsborden
Kenmerken zich door een rechthoekige of vierkante vorm, wit pictogram
op groene achtergrond, waarbij de groene kleur ten minste 50% van het oppervlak van het bord beslaat Borden in verband
met het brandbestrijdingsmateriaal kenmerken zich door een rechthoekige of vierkante vorm en een wit pictogram op een
rode achtergrond, waarbij de rode kleur ten minste 50% van het oppervlak van het bord beslaat
Artikel 8.11 Plaatsing van borden
De borden worden, rekening houdend met eventuele obstakels, op passende hoogte
en op een passende plaats ten opzichte van het gezichtveld geïnstalleerd.